Waarom zijn we zo gek op monsters?

Sinds King Kong voor het eerst door de bioscoop stampte, is Hollywood gek op joekelse beesten. En Meg 2: The Trench laat zien dat die liefde nog even GROOT is.

Meg 2: The Trench
© Warner Bros.

Rampen, emoties of dieren: in films zijn we dol op alles wat ‘larger than life’ is. Logisch, want het is een garantie voor lekker veel spektakel. Daarbij is het ook gewoon een kwestie van inflatie – in de eerste Jurassic Park zat een grote T-rex, in het derde deel dook een nog veel grotere spinosaurus op. Films met dat soort joekels laten ons griezelen en genieten zonder angst, omdat we weten dat die puinmakers toch niet echt bestaan. Aan de andere kant: als ‘we’ in films zulke grote exemplaren kunnen verslaan, hoeven we misschien minder bang te zijn voor kleinere wezens, zoals onze medemensen...

De tekst gaat verder onder de trailer

King Kong en andere bakbeesten

Het eerste bekende reuzendier op het witte doek was natuurlijk King Kong (1933), maar de trend werd eigenlijk al eerder gezet met de dinosauriërs in The Lost World (1925) – niet geheel toevallig ook de titel van de tweede Jurassic Park-film. Hoewel reuzenapen en dino’s altijd populair zouden blijven, stampten er in de bijna honderd jaar daarna nog veel meer monsters door de bioscoop. Eerst waren dat gewoon nog acteurs in rubberen pakken en poppen die met stop-motion tot leven kwamen, vandaag komt het allemaal uit de computer. Monsters blijven monsters, maar de bestaansreden van al die bakbeesten op het witte doek heeft nogal een ontwikkeling doorgemaakt. Hoewel er in sommige films vertikt wordt toe te lichten waarom er ineens reusachtige dieren door de straten banjeren, wordt in veel films in eerste instantie de ontwikkeling van de atoombom als dankbaar excuus aangegrepen. Zolang mensen nog niet precies weten wat de effecten van kernstraling zijn, is het een geliefd middel om vreemde zaken te verklaren. In de jaren vijftig zitten de bioscopen dan ook vol beesten die door radioactiviteit de omvang van flatgebouwen hebben gekregen, zoals de mieren in Them! (1954) of de krabben in Attack of the Crab Monsters (1957). In diezelfde tijd duikt Godzilla op, een gemuteerde dino die door atoombommen wakker is gemaakt en met z’n verkeerde poot uit bed stapt. Niet toevallig gebeurt dat in Japan, het enige land dat op dat moment de impact van kernenergie aan den lijve heeft ondervonden.

De tekst gaat verder onder de afbeelding

King Kong
© Universal Pictures

Godzilla was zijn tijd ver vooruit

Naarmate duidelijk wordt dat die kernstraling weliswaar voor allerlei narigheid zorgt, maar níét voor mieren die mensen kunnen platstampen, wordt in Hollywood gezocht naar nieuwe oorzaken. Tijdens de hoogtijdagen van de Koude Oorlog – en de bijbehorende vrees voor een invasie van ‘elders’ – worden buitenaardse wezens de favoriete schuldigen, zoals in Attack of the 50 Foot Woman (1958). En nadat de angst voor de communisten een beetje gaat liggen, wordt het even stil rond het verklaren van de gigantische monsters. Ze komen nog wel in films voor, maar zonder nadere uitleg, en het lijkt erop dat het nieuwtje eraf is. Behalve in Japan. Daar worden aan de lopende band Godzilla-films gemaakt en zijn ze hun tijd ver vooruit, omdat ze in de jaren zestig al inhaken op de groeiende milieubeweging. In andere landen wordt giftig afval pas deze eeuw aangewezen als oorzaak van grote griezels, zoals in Eight Legged Freaks (2002) en het Koreaanse The Host (2006). Andere keren liggen die enorme dieren lekker te maffen, diep in de aardkloot, en worden ze gewekt door mensen die azen op winstgevende grondstoffen. Een waarschuwing aan graaigrage types om de aarde met rust te laten. Bedrijven laten zich misschien niet tegenhouden als ze het broedseizoen van de grutto in de war schoppen, maar ze zouden wel anders piepen als ze het startsein gaven voor Mega Shark vs. Giant Octopus (2009).

De tekst gaat verder onder de afbeelding

Jurassic Park 1993
© Universal Pictures International

Nog groter dan Dwayne Johnson

Terwijl Anaconda en Lake Placid het King Kong-principe volgen – “Tja, soms worden dieren best wel groot” – legt Jurassic Park de schuldvraag bij het DNA-geklooi in de wetenschap. Een reactie op de nieuwe mogelijkheden van genetische manipulatie én de reden dat Dwayne Johnson in Rampage (2018) te maken krijgt met dieren die nóg groter en breder zijn dan hijzelf. De recentste reden voor engerds met een groeistuip is ook weer uit het nieuws geplukt. Er wordt de laatste jaren succes geboekt met het verder in kaart brengen van de oceaan. En zolang we niet precies weten wat daar beneden allemaal zwemt en kruipt, is de diepte een perfecte plek om monsters te huisvesten. Zodoende moest Jason Statham het in The Meg (2018) al opnemen tegen een prehistorische reuzenhaai en gaat hij vanaf deze week aan de bak in Meg 2: The Trench. In die nieuwe film komen een aantal zaken bij elkaar: het moderne onderzoek naar de zeebodem, snode bedrijven die de aarde voor eigen gewin uitbuiten en de niet-aflatende populariteit van haaien en prehistorische dieren. En van Jason Statham, want monsters moeten nou eenmaal verslagen worden. Tenzij ze King Kong of Godzilla heten. Dan zijn ze zelf de grootste held. Letterlijk.

Meg 2: The Trench is vanaf 3 augustus te zien in de bioscoop

Dit verhaal verscheen eerder in Veronica Superguide. Nooit meer iets missen? Sluit dan snel een voordelig abonnement af!

Meer bioscoopfilms