Tv-tip: De Stamhouder laat een andere kant zien van de Tweede Wereldoorlog

Matthijs van de Sande Bakhuyzen is in De Stamhouder hoofdpersoon Alexander Münninghoff. De historische dramaserie speelt zich deels af in de Tweede Wereldoorlog, maar gaat vooral over een familie waar het één grote chaos is. “Elke dag stond ik op met de stem van Alexander. Daar luisterde ik naar. Ik maakte daar een soort ritueel van.”

De Stamhouder
© AVROTROS

Het zoveelste verhaal over de Tweede Wereldoorlog? 

“Ja, dat dacht ik eerst ook. Maar dit is een verhaal dat we niet zo goed kennen. Het gaat altijd over het verzet tegen de Duitsers óf over mensen die onderdoken voor de Duitsers. Het is altijd goed tegen slecht. Wat ik mooi vind aan dit verhaal, is dat het over familiebanden gaat. En hoe je dingen die je meemaakt, ongewild doorgeeft aan je kinderen. De vader van mijn personage wordt lid van de SS, puur om in opstand te komen tegen zijn vader – wat dus ‘mijn’ opa is. Maar er gebeurt nog zoveel meer. Wat ook bijzonder is: dat iemand als Alexander – die vrij normaal lijkt – zo’n zwaar leven heeft gehad en continu zo’n druk op zijn schouders heeft gevoeld. Dat is uitdagend is om te spelen.”

Was het een moeilijke rol?

“Na de eerste auditie ben ik meteen het boek gaan lezen waarop de dramaserie gebaseerd is en het lastige vond ik dat Alexander zoveel heftige dingen heeft meegemaakt, maar dat nogal afstandelijk opschrijft. Hij verliest z’n kinderen, heeft een slechte band met zijn vader, met zijn opa, wordt weggehouden bij z’n moeder… Het is één grote chaos in die familie. Maar het lijkt alsof hij daar onaangedaan doorheen gaat. Daardoor raakte ik in de war en dacht ik: hoe beleeft hij het? Ik wist ineens dat ik Alexander zélf wilde spreken. Maar na even googelen kwam ik erachter dat hij net de maand daarvoor was overleden.”

Hoe kwam je er dan achter hoe Alexander alles had beleefd?

“Ik sprak af met Alexanders zoon. Toen hoorde ik dat het feit dat Alexander en zijn moeder zo’n twintig jaar gescheiden zijn geweest, hem erg veel verdriet heeft gedaan. Alexander heeft al die tijd gedacht dat zijn moeder niet van hem hield. Hij dacht dat ze hem anders wel was komen halen… Dat greep mij persoonlijk ook het meest aan. Laurens heeft overigens een kleine rol in de serie. Een mooi eerbetoon aan zijn vader.”

Heb je aan de regisseur gevraagd hoe je deze rol het beste kon aanpakken?

“Zeker, maar wat ik leuk vind aan Diederik (van Rooijen - Red.), is dat hij zijn acteurs vrijlaat. Hij zegt: ‘Ik ga jou niet vertellen hoe je de rol moet spelen. Dat weet jij beter dan ik.’ Natuurlijk geeft hij aanwijzingen, maar in feite kon ik er zelf mee aan de slag. Uiteindelijk heb ik me kunnen verzoenen met mijn rol en de functie die ik als acteur heb. Alexander was journalist en had een wekelijkse column op de radio en werd zelf ook regelmatig geïnterviewd. Om me voor te bereiden heb ik veel van hem teruggeluisterd.”

Wat heeft dat je opgeleverd?

“Ik voelde steeds meer een band met Alexander. Tijdens de draaiperiode stond ik elke dag op met zijn stem. Daar luisterde ik naar. Ik maakte daar een soort ritueel van. Ook omdat Alexander een mysterie voor me was geworden toen ik ontdekte dat hij was overleden. Ik wilde op die manier bij hem de buurt komen. Het voelde alsof ik elke dag als ik dat kostuum aandeed, in zijn energie stapte. Zonder hem te willen nadoen, was ik hem wel. Tegelijkertijd voelde het ook als een grote verantwoordelijkheid: dit verhaal is echt gebeurd en daar moet ik recht aan doen. Dat is wel onder mijn huid gaan zitten.”

Moest je daarvan loskomen na die draaiperiode?

“Nou, de laatste draaidag deed wel echt pijn. Ik wilde geen afscheid nemen van dit personage. Bij sommige rollen denk je: nu is het klaar. Maar ik wilde juist nog meer scènes. Dan zou ik misschien komen waar ik wilde komen: tot de kern van Alexander. En al zijn problemen echt kennen. Dan kon ik het loslaten. Ik merk dat als ik over hem vertel, het me elke keer weer aangrijpt. En dat is waar het voor mij om gaat. Mensen raken, maar ook zelf geraakt worden.”

Jouw vader overleed toen je zeventien was. Kun je dat verdriet gebruiken in je spel? 

“Bijna geen enkele familie ontkomt aan drama: elk huisje heeft zijn kruisje. Mijn vader leed aan kanker, maar werkte tijdens zijn ziekte gewoon door in plaats van tijd aan zijn gezin te besteden. Dat is mijn kruisje. Tegelijkertijd is dat ook heel vruchtbaar, want ik merk dat ik dat verdriet steeds meer kan gebruiken in mijn spel. Doordat ik mezelf de laatste jaren beter heb leren kennen, wordt dat soort gevoelens minder abstract, minder eng en minder ver weg. Maar juist dichtbij en concreet. Ik ben erachter gekomen dat het verdriet om het overlijden van mijn vader nooit weggaat. Terwijl ik voorheen dacht dat ik het op een gegeven moment wel verwerkt zou hebben en dat het dan klaar zou zijn. Maar nee: ik kan daar elk moment van de dag verdriet over voelen. En dat is eigenlijk heel fijn. Omdat het door me heen kan stromen. Ik kan het ene moment heel intens voelen dat ik mijn vader mis en daarna kan het ook weer zo weg zijn. Zo kan ik het ook gebruiken in mijn spel. Ik denk dat dat heel gezond is.”

Je kreeg in 1999 je eerste rol in een serie en sindsdien heb je in ontzettend veel series, films en theaterstukken gespeeld. Kunnen we spreken van een droomcarrière?

“Ik ben heel blij met alles wat ik tot nu toe heb mogen doen, maar besef ook dat het beeld wat mensen hebben van buitenaf niet altijd strookt met hoe ik het zelf voel. Ik heb de afgelopen jaren ook veel vrije tijd gehad. Wat ik eerst moeilijk vond, maar waar ik nu eigenlijk dankbaar voor ben, omdat ik de mogelijkheid heb gekregen om me dieper te verbinden met wat ik doe en waarom ik dat doe. Ik ben erachter gekomen dat ik alles wilde controleren, terwijl acteren juist over overgave en loslaten gaat. Om goed te spelen, moet je alles vergeten en opgaan in het moment. Dat is de hele paradox van het acteren. De jaren hiervoor zat ik veel meer in de welbekende ratrace. Toen had ik niet de tijd en ruimte om te reflecteren. Ik zie mezelf nu wel doorgroeien. Ik wil ooit die topacteur met die droomcarrière worden.”

Heb je de rollen voor het uitkiezen? 

“Momenteel niet. Zeker niet. Er zijn veel audities waarbij ik het nét niet word. De afgelopen twee jaar heb ik wel twintig audities gedaan waarbij ik het niet ben geworden.”

Irritant lijkt me. 

“Ja, om eerlijk te zijn is dat slopend voor je zelfvertrouwen. Denk dan maar eens: het ligt niet aan mij. Na de zoveelste afgewezen auditie geloof je dat niet meer zo. Al merk ik ook dat ik vrij wil zijn van die gedachte. Onafhankelijk, autonoom, dat is mijn ideaal. En ik merk dat ik me echt gelukkig prijs als ik een rol speel. Afgelopen jaar speelde ik een monoloog, Schumann & Zoon, over de zoon van componist, pianist en dirigent Robert Schumann. Een kleine productie, maar ik vond het zo fijn. Schaarste maakt het ook bijzonder als je dan weer mág spelen. Als je de rollen voor het uitkiezen hebt, kun je de beste eruit kiezen. Ik ben minder kritisch, omdat ik me dat nu niet kan permitteren. Maar ik kijk wel bij elk project: past dit bij mij? Kan ik hier iets uithalen? Ik wil ook niet te veel werken. Ik heb een gezin en wil de balans bewaren.”

Wacht even: je hebt een gezin zei je?

“Ja. Ik heb een gezin, maar ik heb met mezelf afgesproken dat ik daar niks over vertel in de media. Voor mij hoort het bij mijn werk dat ik dat gedeelte afscherm. Juist omdat ik het altijd heel moeilijk vind om naar acteurs te kijken van wie ik alles over hun privéleven weet. Bij mijn opvatting van acteur zijn, hoort dat ik dat soort privédingen niet vertel.”

Tekst: Thea Tijssen

Je ziet De Stamhouder vanaf 1 januari op NPO1.

Dit verhaal verscheen eerder in Veronica Superguide. Nooit meer iets missen? Sluit dan snel een voordelig abonnement af.