Volop kritiek op fictief journaal Black-out: 'Dit is nogal ongepast'

In een eenmalig programma op NPO 1 wil EO laten zien wat de ernstige gevolgen van een stroomuitval zijn. In Black-out volgt nieuwslezer Sacha de Boer een fictief scenario, maar dat schiet bij kijkers in het verkeerde keelgat: "Opzettelijk angst aanjagen voor kijkcijfers!"

Door Lise Knipping
Black-out
© EO

Het fictieve journaal op NPO 1 begint met een kleine scène waarin blijkt dat er een stroomuitval is. Bovenin is de tekst 'een ingelaste nieuwsuitzending' te lezen met een aftellende klok. Het is een nogal eng scenario, dat door het intro vrij realistisch lijkt. Dat is de bedoeling van omroep EO. Al zijn kijkers daar absoluut niet van gediend, blijkt op X. 

Wat te doen bij een stroomuitval?

In Black-out wil EO de gevolgen van een landelijke stroomuitval schetsen. We spreken dus van een fictief scenario, aan elkaar gepraat door voormalig journaallezer Sacha de Boer. Ze schakelt heen en weer met verslaggevers. In de talkshow die op het journaal volgt, gepresenteerd door Tijs van den Brink, verschijnt onder andere justitieminister David van Weel aan tafel om te praten over de plaatselijke uitval die dreigt de rest van het land ook over te nemen. De reden voor het fictieve programma is om mensen bewust te maken van de gevolgen van een grote stroomuitval. 

Waarschuwing

Het is makkelijk te missen, maar dat het gaat om een fictief programma is wel degelijk te lezen in de balk die onder in het beeld te zien is. Maar door een overload aan andere informatie (zoals 'hulpdiensten draaien overuren' en 'vliegtuigen wijken uit naar andere vliegvelden') missen kijkers deze waarschuwing. 

Kritiek

"Mijn 85-jarige moeder, die in Antwerpen woont, belt ons om te vragen of dit echt is. Miskleun op NPO 1", schrijft een teleurgestelde kijker over het programma op X. "Dit is onverantwoordelijk. Mensen kunnen echt in paniek raken", vindt iemand anders. "Dit is opzettelijk een grote groep angst aanjagen voor de kijkcijfers.

Black-out is terug te kijken op NPO Start.