Hoe écht is de opsporing in Hunted eigenlijk? 'Niet de bedoeling dat je zomaar de deur intrapt'

Hoe realistisch is de opsporing in het populaire programma Hunted? Het lijkt soms alsof de opsporingsdienst alles mag en kan doen om de voortvluchtigen te pakken, maar hoe ver gaan ze echt? Selmar Smit, lid van het opsporingsteam, geeft uitleg in een gesprek met het AD.

Door Puck Kreugel
Selmar Smit in Hunted
© NPO

In het NPO 1-programma Hunted proberen twaalf voortvluchtigen uit handen te blijven van een professioneel opsporingsteam. Met behulp van geavanceerde technologieën en slimme tactieken doet het team er alles aan om de deelnemers zo snel mogelijk op te sporen. Maar hoe echt zijn deze methodes en welke grenzen zijn er?

‘Niet gescript'

Tijdens het programma ziet de kijker dat het opsporingsteam de “officier van justitie” moet bellen om goedkeuring te krijgen voor een inval. In werkelijkheid zijn dit gewoon de makers van het programma. Maar dat het programma in scene is gezet, is niet waar, legt Selmar uit. “Het is niet de bedoeling dat je voor een spelprogramma zomaar een deur intrapt in een willekeurig huis, met alle gedoe wat dat met zich mee kan brengen. Maar het programma is niet gescript; het is een simulatie. We moeten alles met hard werken verdienen. Hooguit zal de productie de lokale politie even inlichten als er door de straten wordt gerend, zodat ze niet schrikken als er meldingen binnenkomen.”

Terughoudend

En dat de opsporingsdienst geavanceerde middelen heeft om de voortvluchtigen te pakken wordt ook duidelijk in het programma, soms lijkt het wel dat er een klopjacht gaande is voor een topcrimineel. Selmar legt uit dat de middelen zeker realistisch zijn, maar dat niet altijd alles toegepast wordt. ,,We willen ook niet zomaar alles weggeven wat er allemaal in het echt kan. Ik durf wel te beweren dat we het daardoor soms ietsje lastiger hebben dan politieteams die achter een terrorist aanjagen.''

Het nieuwe seizoen van Hunted is elke maandag om 20.35 uur te zien op NPO 1.